02 augustus 2009

 

De hele hap verhuist

van tposthuma.com/weblog/

naar naamloospuntdoc.wordpress

25 juli 2009

 

Vooroordelen over een kat, met een Disney-tintje

Ik heb nooit begrepen wat mensen zagen in katten. Dat je een band kan krijgen met een hond, dat snap ik. Ze zijn trouw, je moet met ze spelen, je gaat samen naar cursus. En je moet ze meerdere malen per dag uitlaten. Als een wezen zo gewiekst, zo’n groot deel van je tijd weet te verslinden, moet je er wel gehecht aanraken.

Mijn neef heeft ook een kat. En aangezien ik op zijn huis pas, pas ik ook op die kat. Alleen is Huba, zo heet de kat, niet zo maar een kat. Huba is een echte kat. Eentje met grillen, temperament, een eigen wil en nagels. Als Huba midden in de nacht naar buiten wil, weet hij je te vinden. Hij zoekt het hele huis, krabbelt op alle deuren en blijft het langste bij jouw deur krabbelen. Dat noemen ze instinct. Huba heeft geen baasje, Huba is het baasje.

Al met al was ik dus altijd blij als Huba buiten was. Wij tolereerden elkaar. Ik was het sloofje dat de deur open deed en het etensbakje vulde. Huba was het enige nadeel aan het grote huis.

Als ik terug kwam van de IKEA en de deur open deed, glipte Huba vaak meteen al naar buiten. Om een uur later, als ik zat te eten. Bij de achterdeur door het glas te gaan staren. Net zo lang tot ik de deur opendeed. Als ik iets te lang wachtte begon meteen de sirene te werken. En ik gedachten zag ik dan al de buren geërgerd opkijken van hun eten. “Die jongen kan ook echt helemaal niks, hè. Dat Theo hem op z’n huis laat passen.”

Uiteraard had ik Huba ook op dat soort momenten buiten kunnen laten staan. Maar tot mijn grote spijt zijn er altijd waakzame buren, in deze wijk. “Ja, wij houden graag een oogje op elkaar.” Mompelde iemand toen ik de vuilnisbak vijf minuten te vroeg buiten zette. Een miauwende kat voor een deur, zouden zij niet toe staan.

Een week terug was Huba een hele nacht buiten. En ook in de ochtend stond hij nog niet bij de achterdeur. Dat zat me toch niet helemaal lekker. Nadat ik boodschappen had gedaan, had gewassen en had gegeten, hoorde ik hem miauwen.

Uiteraard liep Huba gewoon door naar boven. Maar na een half uur kwam hij weer naar beneden en ging hij pontificaal op de bank liggen spinnen. De bank waar ik altijd op lig. Dus ik besloot, als de wijste van ons twee, om op de andere bank te gaan liggen. Nog geen vijf minuten later lag Huba aan mijn voeteneind.

Uiteraard dansen we nu de hele dag samen door de kamer op kleffe vioolmuziek. Zetten we nu samen de vuilnisbak op tijd buiten en kijken we elke avond naar de ondergaande zon. Zo meteen zet de aftiteling in, alles copyrigh by Walt Disney, 2009.

Zelfs Huba blijkt dus mee te vallen. Desondanks blijf ik er bij, dat zowel Huba, als mijn nachtrust er bij gebaat zouden zijn als er een kattenluikje werd gemonteerd.

22 juli 2009

 

Sleur is een roofdier

Het is een tijdje geleden dat ik over boeken heb gelogd. Ik heb tussendoor wel gelezen, maar ben er niet aan toegekomen om er over te schrijven.

Neem van mij aan: Het diner, Harry Potter en de relieken des doods (op zijn eigen manier), De helaasheid der dingen, The world According to Garp en De eenzaamheid van de priemgetallen, zijn goed te doen.

Dit logje gaat over Sleur is een roofdier, van D. Hooijer. Bekroond met de Libris Literatuurprijs in 2008.
"De auteur heeft alle registers van het vertellen opengetrokken. Dat leverde negen ongewone, fascinerende verhalen op, waarin niets vaststaat, afgerond of eenduidig is. In die verhalen heeft zij een delicaat evenwicht weten te vinden tussen vertelling en vertelwijze, tussen inhoud en vorm. Hooijer slaagt erin te verrassen, te ontroeren en te doen lachen".

Aldus de Libris jury in haar rapport, en terecht.

Sleur is een roofdier is niet alleen de titel van een van de verhalen. Maar het is ook de eindconclusie na negen verhalen. Over een man die alleen nog maar potent is bij een hoer, over een vrouw die een pleegkindje neemt als haar man in de cel komt, over alcoholist die om zijn angsten te overwinnen in bomen klimt, terwijl zijn begeleidster lunchpaketjes haalt. Een aantal van de surrealistische settings van Sleur is een roofdier. Dat alles gaat gepaard met een sobere, strakke, stijl, waarin elke zin op zichzelf staat en er voor de goede lezer scherpe, humoristische observaties zitten.

Het enige rare is dat de verhalen je niet bijblijven. De sfeer wel, maar de verhalen wel. Hannah Roelofs, heeft het boek ook gelezen en zij had precies hetzelfde. Ik moet ook opbiechten dat ik voor de voorbeelden van hierboven even heb moeten Googlen, op zoek naar een andere recensie met een korte samenvatting.

Is dit erg? Ik vind van niet. Ik vind het interessant. Het is een reden om het boek nog een keer te lezen, niet als verhaal, maar als studieobject. Hoe krijgt Hooijer het voor elkaar te boeien, suspense te creëren, met een verhaal, waar uiteindelijk alleen de sfeer je van bijblijft? En niet omdat het al een tijdje geleden is, nee je legt het weg en je vraagt het je meteen af.

Kortom: Sleur is een roofdier is een boek waar je (of ik) wat van kunt leren. Iets wat je opnieuw kunt lezen, zonder dat het gaat vervelen. Om de voorspelbare opmerking maar te maken: de sleur komt er niet in.

Sleur is een roofdier is te koop voor €16,00. Een echte recensie vindt je hier ("Wat is het verschil tussen trut en tut?", De Volkskrant) een interview met D. Hooijer vindt je hier ("D. Hooijer over poëzie, stijl, het café en plannen", NRC Handelsblad) en informatie over D. Hooijer vindt je natuurlijk op Wikipedia.

20 juli 2009

 

Wassen volgens Google

Sinds een tijdje pas ik op het huis van een neef van mij. Hij woont in Amsterdam, dus ik gedurende de periode van een maand ook. Het huis is groot, modern, en met veel technische snufjes. Mijn neef doet iets in de ICT, zijn vrouw ook. Ze zijn allebei goed, dus verdienen ze ook goed. Zo gaat dat in de ICT.

De hele situatie is als een soort oefening om op jezelf te wonen. Eten kopen en koken kan iedereen wel. Maar sinds een maand moet ik ook wassen, strijken, schoonmaken, een heel huis een beetje op orde houden, een kat te eten geven, eigenlijk gewoon een heel huishouden runnen in mijn eentje. En vooral: dat dan ook allemaal plannen.

Zoals al gezegd: koken kan ik wel een beetje. Maar mijn moeder heeft tot op heden niet de kans gezien om mij uit te leggen hoe je bijvoorbeeld een was draait, waar je op moet letten, hoe de wasmachine bij ons werkt, et cetera. Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik haar die kans misschien ook niet heb gegeven. Uit vrees voor mijn vrije tijd. Alles natuurlijk onderbewust.

Dus toen ik door al mijn kleren heen was, stond ik voor de wasmachine in het ICT-huis van neeflief. Met een enorme stapel was. Natuurlijk had ik wel eens een wasmachine gezien. Als baby heb ik er zelfs vaak op geslapen. En bij ons thuis kun je er moeilijk omheen, want hij staat in de keuken, vlakbij de koelkast. Maar een wasmachine gebruiken?

Mijn neef heeft een tijdje bij ons het computernetwerk beheer gedaan. Van hem heb ik een heel belangrijk ding geleerd: elk probleem dat je hebt, heeft iemand anders ook al gehad. Het enige wat je moet doen is het in goede (kern)woorden op Google intikken en dan ben je nog maar een “ZOEK!” van je antwoord en oplossing verwijderd. Inmiddels doen wij het beheer zelf, op exact dezelfde manier. Het werkt, het heeft hem tenminste geen windeieren gelegd.

Ik ben een man. Mannen vragen nooit de weg. Tenminste niet aan een ander mens. Ook niet als iemand anders duidelijk meer expertise heeft op dat gebied. Ik had mijn moeder kunnen bellen. Ik had kunnen toegeven dat zelfstandig leven moeilijk was. Maar mijn mannelijke ego kan dat (nog) niet aan.

Dus ik start mijn MacBookpro op. Start de internetbrowser en ga naar google. “Onderbroekenwas hoeveel graden”. “ZOEK!” Nu moet ik bekennen dat het aantal huisvrouwen op de internetfora mij tegenviel. En de eensgezindheid ook. De temperaturen liepen uiteen van 40 tot 95 graden. Maar desondanks, met hier en daar wat herformuleren heb ik uiteindelijk de gok gewaagd. 60 graden wassen en dan daarna strijken, om de bacteriën te doden. Tjeerd kan de was doen.

As we speak heb ik ongeveer alles gewassen, op de goede temperatuur, met het goede wasmiddel, goed gestreken. Inmiddels kan ik bijna elke huishoudelijke uitdaging aan, Ik doe nu zelfs wekelijks een was op 95 graden, om de zeepresten weg te spoelen. Met dank aan het Vivaforum.

Erg ICT. Erg mannelijk.

17 juli 2009

 

Van Binsbergen bij de IKEA

Op de parkeerplaats voor de IKEA stond een vrachtwagen. Van Binsbergen Food Services (of transport, of iets anders cools).

Het aantal malen: "He ljullø, nog genäkte?", "He lulskä!" etc. heb ik niet kunnen turven, na een half uur was mijn pauze om.

14 juli 2009

 

Stel je eigen Pax samen.

"Hi, met Tjeerd van slaapkamers Utrecht, mag ik jullie slaapkamerafdeling even?"
telefoon gaat over
telefoon gaat over
telefoon blijft over gaan
Tjeerd hangt op, belt nog een keer.
"Hi, hier Tjeerd weer van slaapkamers Utrecht, of ik jullie slaapkamers weer even mag."
telefoon gaat over
telefoon gaat over
telefoon blijft over gaan
"Met een klant van de IKEA Amsterdam."
"Pardon? Spreek ik met een klant?"
"Ja, en met wie spreek ik dan?"
"Tjeerd van slaapkamers Utrecht. Waarom nam u de telefoon aan?"
"Nou, hij bleef maar overgaan, en ik dacht straks is er een noodgeval of zo."
"Zijn er dan geen medewerkers?"
"Nee, op de hele afdeling geen medewerker te bekennen."
"Wat raar."
"Ja, en ik had graag een Paxkast gehad."
"Staat de computer aan?"
"Ja."
"Kunt u iSell openen?"
"Ja."
"Hoe breed wilt u de kast hebben en in welke kleur?"
"Eiken, en een meter breed."
"Dan moet u F4 drukken en dan intikken PAX*GAR*EIK en dan die van 100x58x236 kiezen."
"Wat voor deuren wilt u?"
"Spiegeldeuren."
"Weer F4 Pax*VIKEDAL en dan twee maal. Daarna weer F4 KOMPL*SCHA...."

Enfin, ergens loopt nu een Amsterdammer met een zelf samengestelde en ingevoerde kast.

12 juli 2009

 

Hans en Grietje naspelen op school

In Hans en Grietje, moet Grietje (of Hans, ik haal ze altijd door elkaar) als ze bij de heks zijn om de zoveel tijd haar vinger door de spijlen van haar kooi steken. Dat is om te voelen of ze al dik genoeg is. Dik genoeg om op te eten. Daarna gaan ze de oven in, als het aan de heks ligt tenminste.

Wie dat na wil spelen kan nu terecht op het schoolterrein van de Beatrix en de Schakel. Daar staan, zoals inmiddels op elk schoolterrein in Nieuwegein, hekken. Niet zo maar hekken, nee, hekken van ongeveer een meter, en daaromheen dan weer hekken van twee meter. De gemiddelde gevangenisdirecteur zou er jaloers op zijn.

De heks van Hansje en Grietje ook, denk ik. Alle ouders kunnen nu achter de hekken wachten. Zijn de vingertjes te dun, dan mogen de kinderen niet mee naar huis. Begrijp mij goed: ik vergelijk jonge ouders niet met heksen. Dat doet de gemeente.

Ik vermoed dat de hekken zijn geplaatst om hangjeugd af te schrikken. Met die punten er boven op. Het zou me niks verbazen als ze er na acht uur duizend volt op zetten. Deden ze ook op Quantanamo Bay.

De jeugd afschrikken? Het is gewoon terrein af bakenen! Nou, niet dus. Want de hangjeugd kan nog gewoon op die pleinen komen. Echt? Ja, er zijn namelijk doorgangen gemaakt in de omheining. Gewoon gaten eigenlijk. Logisch, anders kunnen de kinderen er ook niet meer op.

De kans is trouwens groter dat het de kleine kinderen afschrikt, dan de grote gemene jongens. Stel je voor dat je op je eerste schooldag in groep één een hek van twee meter achter je hoort dichtslaan. Je probeert terug te rennen naar je moeder, je steekt je arm door het hek, je schreeuwt je huilt, maar mama is al boodschappen doen. En dan moet je opeens denken aan Hans en Grietje.

Het enige dat werkt tegen hangjongeren, is hangouderen. Echt waar. In Hengelo kwamen ook altijd hangjongeren, maakten veel troep, pisten in de zandbak en zo. Toen zijn mijn ouders en onze buren gewoon pontificaal op het pleintje gingen zitten. Flesje wijn erbij. Daar hadden ze niet van terug.

Aan de andere kant: waarom moet de toegang ontzegd worden aan die jongeren? Er van uit gaande dat hun ouders belasting betalen, hebben zij net zo veel recht om op dat plein te zijn als de scholieren. Uiteraard mits zij zich aan de regels houden. Maar de vraag is of je vandalisme oplost met een hek (waar je graffiti op kunt spuiten) van een meter, of twee meter.

Persoonlijk zou ik het dan leuk vinden om te kijken of ik er overheen kan klimmen. Of ik het om kan trekken met mijn scooter. Hans en Grietje naspelen. Dat hek roept eigenlijk alleen maar vandalistische creativiteit op. Dik kans dus dat het een soort hotspot wordt voor hangjeugd.

Het enige wat ons dan nog rest is een grote oven te plaatsen. Groot genoeg voor mensen. Maar de kans bestaat ook dat ze dan de wethouder daar in gooien. En dat willen we natuurlijk niet…

Archieven

december 2007 /  januari 2008 /  februari 2008 /  maart 2008 /  april 2008 /  mei 2008 /  juni 2008 /  juli 2008 /  augustus 2008 /  september 2008 /  oktober 2008 /  november 2008 /  december 2008 /  januari 2009 /  februari 2009 /  maart 2009 /  april 2009 /  mei 2009 /  juni 2009 /  juli 2009 /  augustus 2009 / 
This page is powered by Blogger. Isn't yours?
RSS

thuis / werk / weblog / contact

Tjeerd- Post- hu- ma (de ~ (m.), ~s)

"Toneelknechten, hijs het doek niet te snel.
Aan het koord kan een toneelschrijver hangen.."